De Nieuwe Geboorte |

De Nieuwe Geboorte

Uit Miscellaneous Writings door


De Apostel Paulus spreekt van de nieuwe geboorte als: “de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.” De grote profeet uit Nazareth zei: “Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.” Niets anders dan de vergeestelijking — ja, de hoogste verchristelijking — van gedachte en verlangen, kunnen de juiste erkenning van God en de goddelijke Wetenschap geven, die gezondheid, geluk en heiligheid tot gevolg hebben.

De nieuwe geboorte is niet het werk van een moment. Het begint met momenten, en duurt vele jaren; momenten van overgave aan God, en van een kinderlijk vertrouwen en opgetogen aanvaarding van het goede; momenten van zelfverloochening en toewijding, een hemelse hoop, en geestelijke liefde. De tijd zou er een begin mee kunnen maken, maar niet de nieuwe geboorte voltooien, want alleen de eeuwigheid kan dit, want vooruitgang is de wet van de oneindigheid. Uitlsuitend door de smartelijke inspanningen van het sterfelijk gemoed zal de ziel als gevoel tevreden gesteld kunnen worden, en de mens ontwaken in Zijn gelijkenis. Wat een door vertrouwen verlichte gedachte is dit! dat stervelingen de oude mens kunnen afleggen totdat de mens gevonden wordt in de gelijkenis van het oneindige goede dat wij God noemen, en de overdaad van de vorming van de mens in Christus verschijnt. In de sterfelijke en stoffelijke mens, goedheid schijnt te sluimeren. Door voor de zonde te lijden, en door het geleidelijke vervagen van het sterfelijke en materiële besef van de mens, wordt het denken ontwikkeld in een onrijp Christendom: en, terwijl het eerst gevoed wordt door de melk van het Woord, drinkt het van de zoete onthullingen van een nieuw en geestelijker Leven en Liefde. Deze voeden de hongerige hoop, en bevredigen het intense verlangen naar onsterfelijkheid , en aldus troosten, zegenen en moedigen zij ons aan, zodat men kan zeggen: Om mee te beginnen is dit genoeg van de hemel om naar de aarde te komen.

Maar wanneer je groeit in de volwassenheid van het Christen zijn, vind je dat je zoveel tekort schiet, en dat er zo veel vereist wordt om volledig aan Christus gelijk te worden, dat je zegt: Het Beginsel van het Christen- zijn is oneindig, het is inderdaad God; en dit onmetelijke Beginsel heeft eindeloze aanspraken op de mens, en het zijn goddelijke en geen menselijke eisen; en het menselijke vermogen om aan deze vorderingen te voldoen komt van God; want, omdat de mens Zijn evenbeeld en gelijkenis is, moet de mens de volledige controle van Geest weerspiegelen – zelfs de overmacht over zonde, ziekte en dood.

Hier dan is het ontwaken uit de droom van leven in de materie, tot het grandioze feit dat God het enige Leven is; en dat wij daarom een hoger begrip moeten koesteren van zowel God als van de mens. We moeten leren dat God oneindig veel meer is dan wat een persoon, of een eindige vorm kan bevatten; dat God is een goddelijk Geheel, en Alles, een alles doordringende intelligentie en Liefde, een goddelijk eindeloos Beginsel; en dat het Christendom een goddelijke Wetenschap is. Dit pas ontwaakte bewustzijn is geheel geestelijk; het komt voort uit Ziel ipv uit het lichaam, en het is de nieuwe geboorte die begonnen is in de Wetenschap van Christus.

Nu laat ons even pauzeren voor een moment, om ernstig stil te staan bij deze nieuw geboren geestelijke verhevenheid; want deze verklaring behoort bewezen te worden. Hier sta je, oog in oog met de wetten van de oneindige Geest, en neem je voor de eerste keer het onweerstaanbare conflict waar tussen vlees en Geest. Je staat voor de ontzagwekkende ontploffingen van de Sinaï. Je hoort en registreert de donderslagen van de geestelijke wet van Leven, als tegengesteld aan de stoffelijke wet van dood; de geestelijke wet van Liefde, als tegengesteld aan de materiële zin van liefde; de wet van almachtige harmonie en goed, als tegengesteld aan alle veronderstelde wetten van zonde, ziekte, en dood. En, voordat de vlammen gedoofd zijn op deze berg van openbaring, doe dan je schoenen uit, zoals de aartsvader van toen– leg de stoffelijke aanhangsels , zoals menselijke meningen en doctrines, opzij, en laat de meer materiële godsdienst met haar rites en ceremonies varen en doe de materiële geneeskunde en hygiëne weg als meer dan nutteloos, — om aan de voeten van Jezus te zitten.

Dan buig je nederig voor de Christus, de geestelijke idee dat onze grote Meester ons meegaf van de macht van God om te genezen en te verlossen. Dan neem je voor het eerst het goddelijke Principe waar dat de mens bevrijdt van de vloek van het materialisme, — zonde, ziekte en dood. Deze geestelijke geboorte ontvouwt aan het verrukte begrip een veel hogere en heiligere voorstelling van de oppermacht van Geest, en van de mens als Zijn evenbeeld, waardoor de mens de goddelijke kracht weerspiegelt om de zieken te genezen. Een stoffelijke, menselijke geboorte is het verschijnen van een sterveling, niet van de onsterfelijke mens. Deze geboorte duurt langer of korter, en is in meerdere of mindere mate pijnlijk, in overeenstemming met de tijdige of ontijdige omstandigheden, de normale of abnormale condities die er bij verschijnen.

Bij de geestelijke geboorte, het oorspronkelijke, zondeloze en geestelijke bestaan van de mens ontluikt in het menselijke denken, — door de beproevingen van het sterfelijke gemoed, de uitgestelde hoop en de vergankelijke genoegens en de zich vermenigvuldende overlasten van de zintuigen, — waardoor je jezelf opgeeft als materie, en een waarachtiger begrip van Geest en van de geestelijke mens verwerft.

De zuiveringen of inwijdingen van Geest ontwikkelen, stap voor stap, de oorspronkelijke gelijkenis van de volmaakte mens, en wissen het merkteken van het beest uit. “Want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here, en kastijdt iederen zoon, dien Hij aanneemt.” Daarom moet je jezelf verheugen in beproevingen, en deze geestelijke voortekens van de nieuwe geboorte verwelkomen volgens de wet en het evangelie van Christus, Waarheid.

De eminente wetten die de geboorte bevorderen in de goddelijke orde van de Wetenschap, zijn deze: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben; Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Deze geboden van de oneindige wijsheid, vertaald in de nieuwe taal van de geestelijke betekenis, willen zeggen dat je Geest alleen moet liefhebben, en niet het tegenovergestelde, in iedere goddelijke kwaliteit, zelfs als uitgangspunt; je zult jezelf uitsluitend kennen als het geestelijke kind van God en de ware man en vrouw, de algehele harmonieuze man en vrouw van geestelijke oorsprong, de weerspiegeling van God, — als kinderen van één gemeenschappelijke Ouder, — waar in en waar door Vader, Moeder en kind het goddelijke Beginsel en de goddelijke idee zijn, zowaar het goddelijke “Ons” — één in het goede, en het goede in Eén.

Met deze erkenning zou de mens zich nooit kunnen afscheiden van het goede, God; en zou hij noodzakelijkerwijs uit gewoonte liefde koesteren voor zijn medemens. Alleen door toe te geven dat het kwaad een werkelijkheid is, en door deel te nemen aan een samenvatting van slechte gedachten, kunnen wij geloven dat we de belangen van één mens scheiden kunnen van die van de hele menselijke familie, en op die manier proberen om Leven te scheiden van God. Dit is de vergissing die veel veroorzaakt wat wij betreuren en overwinnen moeten. Om niet te weten wat je tot zegen is, maar om te geloven dat God iets zendt dat onrechtvaardig is, — of dat Hij opdracht geef om je iets brengen dat onrechtvaardig is, is verkeerd en wreed. Afgunst, kwade gedachten, kwaad spreken, hebzucht, lust, haat, kwaadaardigheid, zijn altijd verkeerd. en zullen de regels van de goddelijke Wetenschap breken en de bevestiging ervan verhinderen: maar de staf van God, en de gehoorzaamheid die vereist wordt van Zijn dienaars om te doen wat Hij ze leert, — die zijn nooit onbarmhartig of onwijs.

De opdracht om zieken te genezen is veel eenvoudiger dan de opgave om het goddelijk Beginsel en de richtlijnen van Christian Science zodanig te onderwijzen dat ze de inclinaties en drijfveren van de mensen verheffen zodat zij deze aanvaarden en zichtbaar maken in menselijke levens. Hij die de naam van Christus benoemt heeft, en de goddelijke aanspraken van Waarheid en Liefde in de goddelijke Wetenschap zo goed als aanvaard heeft, laat iedere dag het kwaad achter; en alle kwaadaardige pogingen van denkbeeldige boze geesten kunnen nooit de richting veranderen van dat leven, dat onverstoorbaar naar God, de goddelijke bron toe stroomt.

Maar, om de hemelse kledij te gebruiken om ongerechtigheid te bedekken, is de allervreselijkste zonde die stervelingen kunnen begaan. Ik zou meer vertrouwen hebben om mij te genezen in een eerlijke arts die medicijnen voorschrijft, een die zich houdt aan zijn verklaringen en op een zo hoog mogelijk basis van begrip werkt, dan ik zou kunnen of willen hebben in een schijnheilige die mooie praatjes verkoopt, of in iemand die op mentale wijze kwaad tracht te doen.

Tussen de middelpuntzoekende en middelpuntvliedende mentale krachten van materiële en geestelijke aantrekkingskrachten, gaan wij in of uit het materialisme of zonde, en kiezen we onze koers en consequenties. Welke zou dan onze voorkeur zijn, — het zondige, stoffelijke en vergankelijke, of het geestelijke, gelukzalige en eeuwige?

De geestelijke zin van Leven en de grootse doelstellingen ervan is op zichzelf al een zegen, dat gezond maakt en vreugde geeft. Dit begrip van Leven verlicht ons pad met de straling van goddelijke Liefde, geneest de mens uit eigen beweging, ethisch en lichamelijk, — en geeft het aroma af van de woorden van Jezus zelf, “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”