Lichaam |

Lichaam

door

Statement copyrighted by Mrs. Mary Baker G. Eddy at the Congessional Library in Washington D.C. January 19th, 1886.


Vertaling in het Nederlands. Uitleg: de uitdrukking: Mind staat hier voor het goddelijke bewustzijn, of Gemoed, dat waar God zich van bewust is, of de goddelijke denkwereld, synoniemen in het Engels zijn: Love, Life, Spirit, Truth, Principle, and Soul, geschreven met hoofdletter betekenen deze woorden dus God.

Hier nu de tekst van de verklaring van Mary Baker Eddy:

De uitdrukking Gemoed en lichaam (Mind and body) letterlijk betekent God en mens, want de mens is de uitdrukking van Gemoed en de manifestatie van Gemoed is de belichaming van Gemoed. Daarom is de mens het lichaam van God en er is maar één God. Het lichaam is daarom een samenstelling van geestelijke ideeën, voor altijd bestuurd en geregeerd door de wet van Leven, harmonieus en eeuwig. Het begrip van het volmaakte lichaam is de redder van het geloof aan een lichaam en is de wet van herstel voor alle en iedere aanspraak van de dwaling.

Het leek erg mooi toen vooruitstrevende denkers zekere geestelijke wetten begonnen te ontwaarden en toe te passen voor de genezing van het lichaam. Deze leer houdt in dat de mens de bouwer of schepper is van zijn lichaam en dat hij zijn lichaam bouwt of vormt door zijn eigen gedachten en dat hij zijn lichaam kan veranderen door zijn gedachten en daarom, als hij een ziek lichaam zou hebben veroorzaakt door onkundig of onwetend denken, hij een gezond lichaam kan maken door goed te denken, dat hij door zijn onwetend en onharmonisch denken God belet om Zich te manifesteren en dat hij door zijn waar en harmonisch denken God wel tot uitdrukking brengt.

Dit is natuurlijk een grote vooruitgang op het vertrouwen op medicijnen alleen, maar het gaat niet ver genoeg voor iemand die de hele waarheid wenst en niets dan deze. Het maakt van het lichaam een slagveld van tegengestelde en vijandige krachten, verkeerd denken dat afbreekt en correct denken dat opbouwt; verkeerd denken veroorzaakt ziekte, correct denken vernietigt deze ziekte weer en brengt gezonde condities aan. Deze leer houdt zich alleen bezig met de veranderlijke gesteldheid van de persoonlijke mentaliteit en niet met de onveranderlijke staat van het bestaan, het onveranderlijke Gemoed, de Alomtegenwoordigheid. Het is een vooruitgang, maar het is erg zwaar en houdt een constante strijd in tussen goed en kwaad, van enorme moeite en twijfelachtige resultaten, want het houdt zich bezig met twee machten in plaats van één.

Bijna allen die de metafisica onderwijzen zijn het erover eens dat er maar één aanwezigheid is en daarom één macht, maar ze weigeren de volgende stap te nemen en dat is te erkennen dat één macht inhoudt dat er ook maar één activiteit of werkzaamheid is. Alomtegenwoordigheid (omnipresence) houdt in de volledige aanwezigheid van God als alles en dat God overal is, altijd. Het betekent dat God alle activiteit is die er is, niet alleen van het onzichtbare, maar ook van het zichtbare, niet alleen van het ongevormde, maar ook van het gevormde. Daaruit kunnen wij afleiden dat het het gevormde net zo volmaakt is als het ongevormde, dat het waarneembare net zo volmaakt is als het onwaarneembare; omdat er maar één onveranderlijke schepper is, één enkele werkzaamheid, één macht, één perfect Gemoed dat zijn volmaakte substantie voortbrengt en daaruit volgt logischerwijze dat al het gevormde onveranderlijk en voor altijd volmaakt is.

Het lichaam is God belichamelijkt, God die gevormd en geschapen is. Het is God die tevoorschijn komt binnen in Hemzelf en van Hemzelf; en de meningen, overtuigingen en begrippen van de mens zijn geen manifestaties van God, noch kunnen ze de manifestatie van God beletten of verhinderen. De mens creëert niets, maar hij ziet alleen dat wat altijd is; en dat is God kenbaar gemaakt, en noemt het goed of kwaad naar gelang zijn eigen ontwikkeling.

De apostel Paulus schreef: “Niet dat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelf; maar onze bekwaamheid is uit God.” (2 Cor.3:5) Ons vermogen tot denken is van God; onze capaciteit om gedachten en opinies te vormen is vanuit onze eigen onwetendheid, door ons geloof in dualiteit, maar ons vermogen en onze bekwaamheid om te denken is wanneer wij denken met God, en als God.

Vanuit deze grondslag dan, zien wij dat de verkeerde en onwetende geloofsvormen van de mens en zijn verkeerde interpretaties geen condities in het lichaam veroorzaken of creëren, noch ergens anders in God´s substantie. Het verkeerde denken, wat in werkelijkheid slechts mentale wanorde en verwarring is, heeft geen scheppingsmacht. Het creëert geen staat van ziekte. Het verkeerde denken zelf, de mentale wanorde en verwarring zelf, IS de conditie, want de conditie is geheel en al van de persoonlijke mentaliteit.

Er is geen conditie in de substantie, want de substantie is God. Een conditie is geen tastbaar iets dat veroorzaakt is in het lichaam door een overtuiging van het kwaad of door een onwetende houding. De definitie die in de College Normal Class wordt gegeven is deze: Een conditie is die voorstelling van de Waarheid die beperkt en tijdelijk is. Het is niet iets dat de beperkte voorstelling heeft veroorzaakt, maar de beperkte voorstelling zelve. Het bestaat alleen in het rijk van wanorde en verwarring, de plek van meningen en gevolgtrekkingen, gebaseerd op een valse veronderstelling. Dat er een conditie is, is de enige conditie die er is.

De onharmonieuze overtuiging creëert geen onharmonieuze conditie. De overtuiging van gemis is het gemis. De overtuiging van ziekte is de ziekte. Daarom schijnt het lichaam te veranderen als het denken van een mens verandert. Het is gewoon zo dat wanneer de overtuigingen van ziekte en onvolmaaktheden verdwijnen, en ons denken gecorrigeerd is en zich van de Waarheid overtuigd heeft, zodat mentale chaos en verwarring niet langer ons gezichtsveld overschaduwen, dat we het lichaam zien zoals God het ziet, zoals het is in alle eeuwigheid. Dan staat het aan het licht gebracht in schoonheid en glory, de tempel die niet met handen gemaakt is. Het enige wat onze onwetendheid doet is ons zien beinvloeden, de manier waarop wij de dingen zien. Het verandert niets zoals God het heeft gemaakt.

We manipuleren en veranderen de substantie niet door middel van onze persoonlijke gedachten. Wij zien alleen volgens ons denken, onze graad van verlichting. Walt Whitman zei, ” De wereld is gerafeld, gekarteld en gebroken voor diegenen wiens gedachtenwereld zo is.” Voor hen wiens mentale rijk verduisterd is. Indien onze gedachten onwetend en onverlicht is, wordt ons uitzicht beperkt als door een mistbank. Door de mist turende zien wij de wereld, het lichaam en alle dingen, verwrongen, abnormaal en helemaal verkeerd.

Als de mentale atmosfeer donker en dichtgeplakt is, zien we slechts vaag en zijn we niet in staat de volmaaktheid te ontwaren die er IS. De mens brengt God niet tot manifestatie door zijn eigen mentale inspanningen; en hij kan ook God niet beletten zich te manifesteren door zijn verkeerde perceptie. God IS en God is evident en zichtbaar; en onze persoonlijke onverlichte gedachten of ons mentale streven is niet in staat om de activiteit van God te verhinderen of te verminderen, of om de volmaaktheid van God´s schepping te schenden of te bederven.

Het enige dat wél van mijn gedachten afhankelijk is, het enige dat er door beinvloed wordt, het enige dat er op reageert, is mijn visie, mijn besef. Ik zou onwetend kunnen zijn betreffende de waarheid van het lichaam, maar dat verandert het lichaam zelf niet. Het is ongeschonden, compleet, gezond en volmaakt nu, niet omdat ik dit geloof, maar omdat het God geopenbaard is. Het denken met God, denken als God, laat me de volmaaktheid van het lichaam zien, maar het lichaam is net zo volmaakt voordat ik me dit realizeeer als er na. De substantie van God houdt niet op perfect te zijn alleen maar omdat ik die niet begrijp, en het wordt ook niet volmaakt omdat ik de waarheid begin te zien. De volledigheid en integriteit ervan hangt niet af van de hoogte van mijn verlichting. Het is eeuwig volmaakt omdat het precies is dat wat God is en er is nergens een macht om het te veranderen. Wanneer wij door een mentale nevel kijken, met meningen, twijfels en verwarring, zullen we die volmaaktheid niet ontwaren, maar dat verandert het lichaam niet meer dan dat de zon verandert omdat we die door de wolken heen zien.

De overtuiging dat de aarde plat was, deed er niets toe om de aarde werkelijk plat te maken, niet waar? De aarde ging gewoon door met rond zijn, zoals het ook was, en het enige dat veranderde, of kon veranderen, was de gedachte van de mens hierover. Maar natuurlijk, totdat het zover was, leefde hij alsof zijn onwetendheid de waarheid was.

We horen veel over het vergeestelijken van het lichaam door het denken. Deze leer beschouwt het lichaam als fysiek of stoffelijk en neemt het op zich om stof in Geest te veranderen door middel van mentale inspanning. De Goddelijke Wetenschap, vanuit het grondbeginsel van de alomtegenwoordigheid, leert dat, aangezien er slechts één substantie is en dat deze substantie Geest is, er geen materieel lichaam is. Het lichaam is Geest nu. “Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden zijn bouwlieden daaraan; …” (Psalm 127:1) Net zo lang als je probeert het lichaam te vergeestelijken, of om het lichaam te genezen door je eigen mentale inspanningen, net zo lang als je probeert gezondheid te creëeren, is je moeite vergeefs, want je probeert dat te doen wat God´s rol is, te doen wat al lang gedaan is.

Wij leven in een universum van volmaakte vorm. Niet alleen ons lichaam, maar alles dat is gevormd is letterlijk het lichaam van God en is nu volmaakt. Te geloven dat de oneindige substantie door de onwetende mentale activiteit van het individu misvormd is, en door deze zelfde activiteit weer terug gewonnen en vervolmaakt moet worden, is niet één macht te zien, maar twee. Er is geen conditie in het lichaam. Er is niets in het lichaam dat gerestaureerd moet worden, of recht gezet of genezen moet worden. Niets behoeft verandering. Niets anders is nodig dan God te zien. “Staat vast, en ziet het heil des Heeren.” (Exodus 14:13) Je gesproken woord is niet nodig om de heelheid aan de dag te leggen, want heelheid is de eeuwige staat van het ongeziene en het geziene, het ongevormde en het gevormde; maar het is nodig voor je ontplooing, voor de ontplooing en de verbreding en verdieping van het individu, totdat hij deze volmaaktheid beseft. God is nu volledig gemanifesteerd. De glorie en perfectie van God zijn overal te zien voor hem die ogen heeft om te zien.

Het enige wat we moeten doen – en het zal ons bezig houden – is om onze gedachten trouw en aanhoudend te oefenen in het erkennen van de waarheid van God´s aanwezigheid, om ze op te leiden om rechtvaardig oordeel te beoordelen, om God te zien en God alleen, om God te denken en God alleen. Als de alomtegenwoordigheid aanvaard is, houdt daaraan vast ongeacht wat de schijnbare conditie lijkt te zijn. Als je jezelf behandelt, heb dan nimmer iets te doen met uiterlijke symptomen. Concentreer je niet op organen en functies. Oneindige substantie, macht, intelligentie en activiteit zijn daar al en hebben jouw suggesties niet nodig. Probeer niet in je gedachten een volmaakt lichaam te bedenken. Houd op met het denken aan het lichaam of om te proberen vanuit je eigen standpunt een volmaakt lichaam te bedenken. Onze hoogste perceptie van het lichaam vandaag is verre van dat wat het lichaam in werkelijkheid is. Houd op met het mentale oplappen. Laat het los en laat het gaan. Weet alleen dat het God´s lichaam is en dat God het vormt en het voortbrengt op dit moment en op elk moment geheel volgens Zijn Woord, Zijn goddelijke idee. Jezus herkende Lazarus als een onsterfelijke manifestatie van God.